fbpx

Welkom Emmelie!

We hadden het beloofd en vandaag is het zover. We mogen deze week verschillende mooie aankondigingen doen en vandaag volgt de eerste.Hamley Books kondigt namelijk vol trots de samenwerking aan met debuterend auteur Emmelie Arents! Iedereen in haar naaste (en verre) omgeving kent Emmelie als het muzikale meisje met het boek in haar hand. Sinds haar prille jeugd is de echte wereld ondergeschikt aan wat haar fantasie haar te bieden heeft. Ze brengt graag tijd alleen door, denkend aan de dingen die nog ongeschreven in haar hoofd schuilen.Schrijven doet ze het liefst thuis, op een rustig plekje en in gezelschap van haar kat Toulouse. Thuis vind je haar lezend, schrijvend of achter de piano.Ze houdt van Midden-Aarde, chocolade, de geur van boeken, oude dingen, het geluid van regen, bibliotheken, notitieboeken en katten.Naast schrijven maakt Emmelie ook lid uit van de band Solitude Within en werkt ze part-time in Brussel op een advocatenkantoor. Deze jongedame heeft veel in haar mars!Haar Fantasy Young Adult-debuut ‘Het Hart van de Adelaar’ verschijnt in het voorjaar van 2020 bij Hamley Books. Binnenkort hoor je er uiteraard nog veel meer over! Meer info over Emmelie vind je hier : https://hamleybooks.be/emmelie-arents/

Is je boek al af? Nina Verheij vertelt

Is je boek al af?

Iedereen die uit de kast gekomen is als schrijver kent het wel: vrienden en familie die heel lief vragen hoe het ervoor staat met je boek.

Je schuift wat met je voet over de vloer, ontwijkt hun blik.

Tja, waarom is dat boek eigenlijk nog niet af?

Het simpele antwoord is dat een dag te weinig uren heeft.

Een eerlijker antwoord is dat je het moeilijk vindt om jezelf de tijd te gunnen om te schrijven. Om er met regelmaat voor te gaan zitten. Omdat je je afvraagt of je wel goed genoeg bent. Wie jouw schrijfsels zou willen lezen.

Je hebt wel wat ideeën, maar je weet niet hoe je moet beginnen. Je perfectionisme zit je in de weg. Wat je schrijft is nooit helemaal goed. Het is makkelijker om steeds met iets nieuws te beginnen dan om één verhaal helemaal af te maken.

Doorgaan. Volhouden. Het zijn woorden die je af en toe gebruikt om jezelf streng toe te spreken. Daarna roept het huishouden. Netflix. Je huisdier.

Eindelijk ben je gaan zitten. Je probeert van je losse ideeën een geheel te maken. De gaten rondom je belangrijkste verhaallijn op te vullen. Een plot uit te werken dat interessant genoeg is voor een volledig boek.

Helaas lukt het je niet om je gedachten en gevoelens om te zetten in de juiste woorden. Om de emoties van de personages, de inspiratie die in je hoofd zit, op papier te krijgen.

Je motivatie krimpt tot formaat rozijn. Je concentratie is niet-bestaand.

Zijn bovenstaande gevoelens zo herkenbaar dat je inmiddels vol zelfmedelijden in een hoekje bent gekropen?

Dan zeg ik: hup! Je bent geen slachtoffer, je bent een schrijver.

Gun jezelf die schrijftijd.
Heb het lef om ervoor te gaan.
Zet je perfectionisme aan de kant en schrijf!

Hou vol. Ga door. Want inmiddels kan ik uit ervaring spreken: dromen komen uit!

Zomerkriebels – een blog door Esther Boek

Zomerkriebels

Nu de zon vaker dan wind en regen onze metgezel is, ontwaak ik langzaam maar zeker uit mijn winterslaap.
Daar waar mensen om me heen de voorbode van hoge temperaturen met argusogen tegemoet zien, kan ik alleen maar vol vreugde kijken naar de tabellen van de weerman waar het dertigtal wordt aangetikt.

Als kind al was ik gek op de zon. In mijn beleving waren er alleen maar lange dagen van buitenspelen in de immense tuin van mij ouderlijk huis. Ik speelde dat ik Ivanhoe was en, ondanks dat ik een paard op stal had staan, een denkbeeldig ros tussen mijn benen. Dan huppelde ik, de onzichtbare lans in de aanslag, over het uitgestrekte grasveld. De perzikboom, de takken hangend van de overdaad aan vruchten zwaarmoedig op de grond, was de onbekende vijand die ik steevast versloeg.

Wanneer ik alle vijanden verslagen achter me had gelaten liet ik mijn paard en lans vallen en toog naar de paardenstallen naast ons huis, waar de paarden van vlees en bloed me met zacht gehinnik welkom heetten. Dan liep ik naar de stal waar mijn edele viervoeter stond, pakte zadel en hoofdstel en niet veel later zat ik hoog op mijn glanzende roodbruine vos in de rijbak. De zojuist nog verslagen perzikboom werd nu mijn publiek dat me juichend en klappend naar de overwinning op de Olympische Spelen dreef.

Als de temperaturen te hoog opliepen ging ik naar de showroom naast ons huis, waar vele splinternieuwe caravans stonden te wachten op verre bestemmingen met hun nog onbekende eigenaar, en liep de gammele ladder naar de zolder op. Dan ging ik plat op mijn buik liggen, kroop naar de rand en loerde naar de klanten die in de campingwinkel liepen of door de showroom hun meest gewilde sleurhut uitzochten.
De oudere man met zijn vrouw, die nauwelijks ouder was dan zijn verveeld naast hem lopende dochter, ging vast en zeker naar een zonnig oord waar dat pubermeisje zich beter vermaakte dan in de showroom van mijn ouders en zouden de handen van zijn vriendin, die nu nog krampachtig een handtas vasthielden, de zonnebrandolie over het te bruine en te zware lijf van de man verdelen.

Het echtpaar, de stevige wandelschoenen onder de bruine katoenen broek, had vast een bestemming voor ogen waar het oersaai maar wel mooi groen was.
Wanneer ik het fantaseren over de mensen onder me zat was, of wanneer mijn ouders me naar beneden riepen omdat ik door hen was opgemerkt, liet ik me langs de wankele ladder naar beneden zakken en ging via de grote deuren van de showroom, over het met grind bedekte terrein dat tussen het bedrijf en de weg lag, langs de tweedehands caravans die buiten gebroederlijk naast elkaar stonden, de achterdeur van de voormalige boerderij in waar nu mijn opa en oma woonden. Opa was vaak in het achterhuis bezig, waar hij de fietsen van de mensen in ons dorp repareerde en mijn oma stond in de keuken, het gebloemde schort voor, of zat op de bank te breien of te lezen.

De ene keer ging ik bij mijn oma zitten, die dropjes in water deed, me zo het lekkerste drankje denkbaar gaf en, terwijl ik dit opdronk, ze lijm voor me maakte met bloem en water en waarmee we even later papieren aan elkaar plakten tot kunstwerken, het Rijksmuseum waardig. De andere keer ging ik naar mijn opa in het achterhuis en, als hij even niet keek, sloop ik naar de ladder die me naar de zolder op de boerderij bracht. Van mijn grootvader mocht ik daar niet komen, veel te bang dat ik door het houten plafond zou zakken, maar voor mij was het een geweldige speelplek waar ik via sluipdoor, kruipdoor, middels de vaste trap weer bij mijn oma in de keuken kwam.

En dan, als ik hoorde dat mijn vader naar de grote poort aan de weg liep omdat de sluitingstijd inmiddels verstreken was, vloog ik naar buiten, stopte beide voeten tussen de spijlen van het hek terwijl mijn vingers zich om de ijzeren bovenrand kauwden, zwierde samen met de grote poort een stukje over de straat en verloor bijna mijn evenwicht waneer het metalen ding in het slot tot stilstand kwam.

Zomerkriebels. Zo onbezorgd als in mijn kinderjaren zullen ze nooit meer zijn. Ivanhoe heeft zijn plaats af moeten staan aan boeken die mee de tuin in gaan.
De Olympische Spelen zal ik nooit winnen maar stiekem droom ik nog steeds van hoge doelen, al zijn deze nu gerelateerd aan een succesvol auteur zijn.
Het bedrijf van mijn ouders bestaat niet meer en de fantasieën rondom de klanten diep onder me, gebruik ik nu voor de personages in mijn verhalen.

Mijn opa en oma leven allang niet meer en hebben nooit geweten van mijn leven als schrijver. Maar het vangnet dat ze boden naast het drukke bedrijfsleven van mijn ouders, draag ik tot in lengte der dagen met me mee. Ook mijn vader leeft niet meer en ook hij heeft mijn debuut niet meer meegemaakt. Maar zijn handen, die me op de poort lieten zwieren, zitten nog steeds stevig in mijn rug terwijl zijn ogen over me waken zodat ik niet val.

Oma – een ontroerend blogbericht door Lara Reims

Oma, door Lara Reims

Lara Reims

Oma was er altijd. Als ik er logeerde, en ‘s ochtends heel vroeg op stond en om het hoekje van haar slaapkamer ging kijken. Als ik bij haar in bed kroop en we samen wachtten op kaneelbeschuitjes die opa kwam brengen, met een kopje thee. Onder de warme dekens speelden we aap-pauw-wolf-fazant. Opa maakte ontbijt. Een zachtgekookt eitje dat Oma me voerde, ook toen ik daar al te groot voor was, gewoon voor de gezelligheid. Ze haalde me uit school en we speelden mens-erger-je-niet. Elk jaar kwam Sinterklaas en aten we oliebollen. Breien leerde ze me, drie pennen zelf en Oma maakte het af.

Toen ik groter werd, kocht ik met Opa een pot gel omdat die op en dringend nodig was, gingen Oma en ik samen ‘stadten’ in plaats van naar de hertenkamp. Opa werd vergeetachtiger, dus stopte Oma het briefje van vijf dat hij me altijd gaf vast in zijn zak zodat hij het niet kon vergeten. En toen stierf Opa, op de stoep en later nog eens in het ziekenhuis, en was Oma alleen. Verdrietig, en soms ook wat opgelucht omdat ze weer eens iets kon doen en niet meer constant waakzaam hoefde te zijn.

Bij Oma leerde ik voor mijn eindexamen, en kreeg ik zelfgemaakte soep. Toen ging ik studeren, zagen we elkaar minder vaak, maar als ik kwam kreeg ik overlevingspaketten mee met blikjes tonijn en kaneelbeschuitjes. Soms was ze boos als ik te lang niet geweest was, maar het was altijd snel weer goed. En oma bleef. Ik trouwde en ze was er, zij werd 80 en ik was er, en altijd was er soep.

Later vertrokken wij naar Frankrijk en Oma naar het bejaardentehuis. Voor ons allebei een grote en moeilijke stap. Dagelijks belden we. Ik probeerde haar via de telefoon zover te krijgen wat contacten op te doen in het huis. Oma had tijd nodig, maar vond uiteindelijk de moed om haar kamer uit te komen en ‘gein’ te gaan maken met de medebewoners en met het personeel. Ze vroeg me of ze naar het kerstdiner moest gaan. ‘Ja oma, ga maar,’ zei ik. ‘Zal ik dan mijn mooie jurk aan doen?’ ‘Ja oma, doe dat maar.’ En dat deed ze. Ondanks de afstand waren we dichtbij elkaar. Over alles praatten we, want ik lijk op Oma, zoveel. En als het moeilijk was zei ze de dingen die ik wilde horen, en andersom deed ik dat ook. En dat ze steeds dezelfde bladzijde las in haar boek omdat de inhoud niet meer wilde blijven hangen, maakte niets uit.

Oma werd bijna honderd. Bijna. Elk dag nog praat ik tegen haar. Zachtjes meestal, soms hardop. Ze is weg, en toch ook niet. Oma zit in mijn hoofd, in mijn hart. Maar dat boek, met mijn naam. Dat had ik haar zo graag willen laten zien. Dan zou ze met een trots gezicht elke dag opnieuw de eerste bladzij hebben gelezen.

Lara Reims

Luna’s perfecte boek tijdens het studeren – blog

Het perfecte boek voor tijdens de examens: Upgrade – Lara Reims

Luna Van Roosen Lara Reims Upgrade

Examens betekent stress, dat weet zowat iedereen. Het is een feit, net zoals rode bloedcellen rood zijn… en soms ook een beetje blauwig. 😉

Zelfs vrije tijd wordt dan plotseling een opgave. Want wat doe je in die paar minuten tussen studeren en slaap in? Ik hoor ze het in Londen nog zo roepen: ‘Mind the gap!’. Dat stomme kwartier tussenin is een verraderlijk iets. Je moet het opvullen, overbruggen. Schrijven is een uitgesloten piste, want dan kan het plotseling twee uur ’s nachts zijn. (Daar ben ik deze examenperiode maar twee keer ingetrapt.) En slaap is een kostbaar goed in deze barre tijd. Lezen is dan toch nog een tikkeltje veiliger, volgens mij.

Deze keer koos ik voor het boek ‘Upgrade’ van mijn collega bij Hamley Books, Lara Reims. De perfecte keuze, bleek al snel.

Ik ben helemaal gefascineerd door bio(techno)logische wetenschap. Ontwikkelingen die zo snel gaan en terwijl een wereld aan mogelijkheden met zich mee sleuren. Het doet mijn hart sneller slaan als ik er mensen over hoor spreken. Tijdens de lezing op school over het bio lab en de laatste biotechnische ontwikkelingen voelde ik een hitte zo uit mijn maag omhoog sluipen en hem zachtjes mijn keel dicht knijpen.
‘Ik ben – denk ik – verliefd,’ stamelde ik ademloos. Mijn vriendinnen vonden het grappig en we hebben nog met mijn rode kop gelachen. Maar het was de waarheid op dat moment.
Ik was verliefd.
Verliefd op de wetenschap.
En dat ademstokkende gevoel… die fascinatie… die heeft Lara Reims gevangen in haar boek. Voor een deeltje alleszins, want de wereld van de wetenschap, die blijft maar exponentieel groeien. Dat is ook de moraal die Lara tussen de regels door wil meegeven, denk ik.

De hoofdstukken zijn bovendien niet zo ellenlang als bij sommige boeken. Om het hoofdstukje werd ik weer lief op de ‘gap’ gewezen, maar nu om me duidelijk te maken dat ik ook mijn voet eróver moest zetten en slapen.

Upgrade was een boek dat ik kon lezen zonder dat ik me er schuldig over moest voelen, omdat ik er hier en daar een sprankel van mijn eigen leerstof in herkende. En het was toch zo avontuurlijk en luchtig gebracht dat het toch nog in mijn propvolle hoofd paste.

Hoe vreemd het ook mag klinken, het boek gaf me zelfs de moed om me er elke keer weer volop tegen te smijten als het weer ‘blokken’ werd.
Alsof het boek me zachtjes toefluisterde: ‘Kijk, wil je dit ook? Wil je ook meewerken in zo’n wereld? Zorg dan dat je jouw leerstof tot in de puntjes kent, verdorie!’
Dat deed ik dus. En ’s avond leken het boek en ik telkens weer af te spreken, als het (vaak nachtelijke) uur en de studieplanning het toelieten. In het Creodroom is studeren belangrijk en dat feit leek die innerlijke studiedrang in mij alleen nog maar op te doen flakkeren.
‘Alleen als je studeert, kom je op het Creodroom,’ fluisterde het boek.
Ik knikte gehoorzaam.

Als dit boek mensen geen zin geven om wetenschap te studeren of te lezen, dan weet ik het ook niet meer hoor, Lara.

PS: Volgens de laatste berekeningen volgt er over een zestal jaar een forse stijging gemotiveerde(!) leerlingen in een hele resem aan wetenschappelijke studies.

PSS: Hopelijk zijn mijn punten goed genoeg voor naar het Creodroom te mogen!

PSSS: O ja… Mama? Ik wil van school veranderen.

Eén jaar later – blogbericht

Exact één jaar geleden besloten wij om onze grote droom – een uitgeverij op te richten en uit te bouwen – waar te maken. En vandaag mogen we met trots ons hele portfolio – inclusief de titels voor dit najaar – tonen! Dit alles zou niet mogelijk geweest zijn zonder de steun en het vertrouwen van onze geweldige auteurs én jullie, die ons avontuur mee volgen! Een warme dank aan Pat CraenbroekLara ReimsEsther Boek – auteurLuna Van Roosen AuteurNina VerheijSandra J. PaulJoanne Carlton, om mee met ons te groeien!

Gratis kortverhaal van Joanne Carlton: The town at the end of the world

 

Nederlands e-boek                         English e-boek

Nederlands PDF                              English PDF

Joanne Carlton schreef speciaal voor Hamley Books een kortverhaal in het Engels én in het Nederlands, dat ze gratis terbeschikking stelt voor Hamley Books-lezers.

Uniek is dus dat je deze maand kunt kiezen uit een of beide talen. Het verhaal werd bovendien gebaseerd op de cover die enkele weken geleden door jullie gekozen werd.

Wat is nu die ‘Stad aan het einde van de wereld’? En wat zit er verborgen? Ontdek het zelf!

 

 

 

Onthulling nieuwe cover STOF

Bij deze onthullen we heel graag de geweldige nieuwe cover van STOF, de vertaling van het succesvolle DUST, geschreven door Joanne Carlton.
STOF krijgt maar liefst twee covers, waarvan deze in alle boekhandels verkrijgbaar zal zijn.
STOF is een mysterieus verhaal over Simon James, een man die zijn hele wereld ziet opgaan in het niets, maar zelf gedwongen wordt om te overleven.
Vanaf 5 september ligt STOF in talrijke (online) boekhandels in België en Nederland. 
Nog een bijzonderheid: De originele goudkleurige cover zal ook vanaf 5 september in limited hardback editie verkrijgbaar zijn, enkel op bestelling of exclusief én gesigneerd bij Hamley Books.

      

Familie – door Esther Boek

“The family is the first essential cell of human society”.

Deze quote over familie, het laat de radertjes in mijn hoofd draaien als op hol geslagen Duracell konijntjes.
Een cel is het kleinste onderdeel van een organisme. Hoewel elke cel zijn eigen functie kan hebben, bevat elke cel ook dezelfde genetische informatie.
Een cel kan groeien, kan zich delen, maar kan ook dusdanig vervormen dat leven met deze cel een zware opgave, zoniet onmogelijk wordt.
Maar een cel is ook een ruimte waar mensen voor straf moeten zitten. Opgesloten worden tot een ander vindt dat deze persoon weer naar buiten mag, de vrijheid mag proeven, mag bewegen in zijn zelfgekozen ruimte.

Wanneer we het zo bekijken, hoe zit het dan met familie als eerste essentiële cel voor een menselijke samenleving? Is het iets om te behoeden, te behouden of te bevechten?
Nelleke en Helena, mijn personages uit De Perfecte Moeder, voor hen was familie iets dat ze beperkte, ook als ze niets fout hadden gedaan. Het beschadigde hen, woekerde in hun verleden en maakte hun heden een bijna onmogelijke opgave.
Toch was familie ook iets dat ze onvoorwaardelijke liefhadden of waar ze in elk geval graag bij wilden horen. Wiens fouten ze vergaven, door de vingers zagen, waar ze soms zelfs hun ogen voor sloten. Want wanneer je een deel bent van een familie, een cel in een groter organisme bent, heb je een functie. Ben je iemand.

Voor Anna, uit mijn debuut Geen Kind Meer, was het duidelijk dat familie essentieel is. Toen haar zoon, die ontstaan was uit haar eigen cel, door een grote politiemacht voor haar ogen uit haar huis werd gevoerd, ontketende de angst in zijn ogen ontploffingen in elke cel van haar lichaam. Haar zoon, die vastzat in een arrestantencel, kroop al haar lichaamscellen binnen en ketende zich vast in haar hart, waar zijn pijn de hare werd.
Waarheid ging ten onder aan overleven. Nergens blijkt onvoorwaardelijkheid meer, dan wanneer je kind beschuldigt wordt van een ernstig misdrijf. Nooit doet liefde zoveel pijn als wanneer dat wat uit jouw lichaam is ontstaan door mensen als een onbetrouwbare woekerende kwaadaardigheid wordt gezien.
Wanneer iemand van je gezin in één klap voor het leven beschadigt wordt, val je terug op de menselijke samenleving waarop je vertrouwd, je familie. Omdat zij uit hetzelfde genetische materiaal bestaan als jij.

Maar dan denk ik terug aan wie ik ben, grijp ik terug op de ervaring van Anna. Want wat de lezers van mijn debuut weten, is dat ik Anna ben.
Toen mijn zoon voor mijn ogen uit mijn huis werd gevoerd, was dit ook voor de ogen van mijn man.
Een man die ik koos als familie voor mijn oudste twee kinderen, maar wiens cellen geen enkele overeenkomst vertonen met de cellen van deze twee jongens.
Wanneer er geen gelijkheid van celmateriaal is, hoe kan dan familie de eerste essentiële cel voor een menselijke samenleving zijn?
Gaat liefde dieper dan genetisch materiaal? Kunnen cellen versmelten, ook al zouden ze biologisch gezien elkaar af moeten stoten? Het was de vraag die ik me stelde, toen ik Anna was. Een vraag ook, waarvoor geen ruimte was, op dat moment. Omdat het antwoord dat ook zou kunnen komen te pijnlijk was.
Enkele jaren later, Anna was inmiddels weer Esther geworden, liep een heel klein mannetje aan de hand van mijn zoon ons huis binnen. Genetisch gezien is hij niet van hem, zijn cellen kruipen niet door het bloed van deze kleine man. En daarmee behoort hij niet tot de cellen van onze familie. Toch kroop dit kindje naar mijn hart en ik naar het zijne. Wanneer hij me aan ziet komen met de auto, vliegt de voordeur open en rent hij op zijn korte beentjes en met wiebelend luierkontje, mij met wijd open armen tegemoet. Dan vliegt hij in mijn armen, overlaadt me met knuffels en laten onze armen onze lichamen versmelten.
Als hij voor de deur van mijn huis staat en ik de gang inloop, duikt hij omlaag zodat hij precies onder het matglas door kan kijken. Dan lichten zijn ogen op, als sterretjes aan de hemel, en breekt zijn lach zijn gezichtje open. Hij trommelt met beide vuistjes op het raam, ongeduldig, omdat hij naar zijn familie wil, waar hij genetisch gezien niet toe behoort.

The family is the first essential cell of human society. En waar die cel dan vandaan komt? Het is mij om het even. Als de ruimte waarin hij opgesloten zit maar je hart is.

 

Hamley books

Hou me op de hoogte

Nieuwtjes, events, boeken...

Sluiten
Scroll to Top